17 februari 2015

De waanzinnige samenleving

"Als je doet wat je altijd deed, krijg je wat je altijd kreeg". Een heel oude wijsheid. Einstein ging in zijn uitspraak nog een stukje verder “krankzinnigheid is telkens weer hetzelfde doen terwijl je andere uitkomsten blijft verwachten”. Vanmorgen op de site van Anarchiel in het artikel Krankzinnigheid kent geen tijd, werd deze wijsheid nog eens aangehaald. Volkomen juist. Ik ben ervaringsdeskundige. Mensen verblijven graag in een omgeving die geheel aan de gewenste werkelijkheid voldoet.

Dus maken ze die zelf door op hun harde schijf een aparte map aan te maken met als naam "Mijn dromenland". Hierin komen dan alle fijne dingen te staan zoals bijvoorbeeld het genot van een fles drank en een lekker pilletje om "van het padje af te raken". Of hun bestanden "ja, ik geloof","Yes, we can" , "nee, ik ben niet gok-, drank- of wat-dan-ook-verslaafd". Velen gebruiken automatische filters tegen ongewenste bestanden, zodat er alleen maar het goede of gewenste nieuws wordt opgeslagen. Filters met namen als "nee, ik wil het niet horen" of "ik weet zeker dat".

Soms dringt de realiteit toch door in "Mijn dromenland", maar geen nood, er wordt gewoon een nieuwe map "Droomwereld 1" aangemaakt waarheen men dan de leuke bestanden van de beschadigde map plakt. In mensenland kunnen eenmaal aangemaakte mappen niet verwijderd worden, maar wel tegen gebruik beveiligd. Jammer anders zou je elke ochtend je eigen lekkere en gewenste werkelijkheid opniew kunnen opbouwen. Door een bug in de configuratie duiken ongewenste bestanden nog al eens op ongewenste momenten in de verkeerde map op. Die worden dan zo snel als mogelijk is weer verplaatst zodat de gewenste orde weer wordt hersteld en men weer lekker kan genieten van de zekerheden van "Mijn dromenland".

Ezels bijvoorbeeld, stoten zich niet tweemaal aan dezelfde steen omdat ezels op een heel oude configuratie werken waarin geen plaats is voor een mapje met "Mijn dromenland". Door dit gebrek hebben ezels ook geen fantasie en hebben ze dus geen atoombom uitgevonden of de kredietcrisis. In tegenstelling tot ezels hebben mensen wel de behoefte om zich vaker aan alles te stoten. Ze twijfelen aan de geldigheid dat bijvoorbeeld dobbelstenen niet altijd op dezelfde wijze vallen.

Want redeneert de mens, het zou maar eens kunnen…Hieraan hebben we natuurlijk wel een heleboel leuke dingen te danken. Vuur bijvoorbeeld. Als de mens op een ezel leek zou hij na de eerste mislukte poging om vuur te maken er al mee gekapt zijn. Niet een helemaal consequent verhaal maar u begrijpt de strekking. Als de mens dus graag in dromenland vertoeft en de behoefte heeft om niet in mislukkingen te berusten is het gedrag begrijpelijk. Door zich in een groep van gelijkgestemden te organiseren zullen de leden de echtheid van hun "Dromenland" onderling als juist bevestigen en stimuleren.

Door hun wens naar Lebensraum zal de groep vervolgens trachten hun belevingswereld op te leggen aan anderen buiten de groep. Elke zich organiserende groep of organisme heeft op de duur natuurlijk sturing nodig want anders wordt 't een ongeorganiseerde bende. De bestuurders worden door de groep al heel snel tot alwetend, onfeilbaar of heilig verklaard. De leden van de groep hebben het volste vertrouwen in bestuurders die een gelukzalige voeding geven aan het collectieve en krankzinnige dromenland.

4 december 2014

Wie is God

God, zei ik, is Hij die door de ogen van alles wat leeft naar Zichzelf kijkt. Met een overmoedige glimlacht over mijn brouwsel keek ik haar aan. Ze zou smachtend in mijn armen vallen, misschien wel tot 6 keer toe. O my God. De pleuris brak uit.

Denk jij, godverredomme, dat jij Jezus bent met dat altijd maar die kutkerels de baas te laten spelen of voor God, godverredomme, vloekte ze. Want ze was feministe plus ze deed aan anti-zwartepietendingen, dus dan moet God een meisje zijn.

Ze stelde de vraag in een verliefde bui. Verliefd op de natuur om haar heen terwijl ze loom het water buiten de boot om haar hand liet spoelen. Wie is God, had ze gevraagd, wie is dat denk jij? Ze zwom naar de wal en ik heb haar nooit meer gezien.

6 september 2014

Roodkapje en de Wollige Wolf



Er was eens een heel klein meisje dat in een bos hier redelijk dichtbij woonde. Roodkapje was haar naam en ze werd zo genoemd omdat ze niet alleen altijd een rood kapje droeg maar ook rode jurkjes, rode schoentjes en rood ondergoed. En ze kreeg vaak, als ze niet goed door familie of de buren begrepen werd, een rood kopje van boosheid en dan trilden haar rode lipjes en ze stampte met haar voetjes. Vrienden had ze niet, het arme Roodkapje, dus daar hoefde ze het niet voor te doen.

Nu hadden haar ouders haar natuurlijk Roodkopje kunnen noemen maar dat ging niet meer omdat het buurmeisje die naam al droeg. Dat buurmeisje droeg alleen geen rode kleren maar groene. Alles bij dat buurmeisje was groen behalve haar kapje en het portemonneetje, dat was paars. Telkens als het buurmeisje niet goed door haar familie of de buren begrepen werd kreeg ze een groen kopje en stampte met haar voetjes in haar groene schoentjes. Ze hadden dit buurmeisje natuurlijk Groenkopje kunnen noemen maar zo werd een ander buurmeisje al genoemd en het kost te veel tijd om de hele buurt te bespreken, dus dit even terzijde.

Op een goede dag ging Roodkapje naar het Aflegpaleis dat zo in de volksmond werd genoemd omdat oude mensen er heen gebracht werden en na verloop van tijd werden afgelegd. Wat dat afgelegd worden precies inhield wist eigenlijk niemand omdat er nooit iemand op bezoek ging, maar het klonk wel goed. De betovergrootmoeder van Roodkapje woonde daar en ook haar minnaar. Die woonden daar overigen allebei mooi apart want niemand mocht daar samenwonen. Iets moeilijks met geld of zo. Een minnaar is overigens iemand die het leuk vindt om met een betovergrootmoeder in bed te liggen en gezellig samen een kopje thee te drinken.

En omdat Roodkapje door een groot bos moest lopen en nogal snel de weg kwijt was, nam ze al het geld van haar familie en ook maar van de buren, en plakte dat onderweg op elke struik en op elk dier dat ze tegen kwam. En dat was heel slim van Roodkapje want als elke struik en elk dier nu stil zou blijven staan, kon ze de weg terug heel makkelijk vinden door de weg van het geld te volgen. En op die terugweg zou ze het geld weer lief terugvragen aan de planten en de dieren.

Zingend liep Roodkapje door het enge bos en bedacht, nu ze toch een mandje bij zich had, dat het best leuk zou zijn om voor haar betovergrootmoeder knoflook te plukken. Want knoflook is goed tegen duivels, waarvan haar lieve betovergrootmoeder altijd beweerde en kloeg, dat zij er arm door geplukt was. En ze plukte, en ze plukte, dat het een lieve lust was. Plotseling schrok Roodkapje want het geld dat ze tijdens het plukken op de planten en de dieren had geplakt was op. Geen nood dacht Roodkapje, want het was een heel slim Roodkapje, ik leg nu overal een knoflookje neer en dan vind ik de weg terug weer heel gemakkelijk. Zo gezegd, zo gedaan. Want dat zat in haar familie. Als er iets gezegd werd, moest je het ook doen.

En zo kwam Roodkapje eindelijk bij het Paradijs van haar betovergrootmoeder aan. Nadat ze door de beveiliging was gekomen, want betovergrootmoeders willen nog wel eens zo maar ontsnappen, kon ze haar betovergrootmoeder eindelijk begroeten. Betovergrootmoeder zat achter haar computer en was aan het reaguren op Geen Stijl. Dat deed ze iedere dag om haar taal een beetje bij te spijkeren en dus leerde ze elke dag nieuwe woorden en interessante uitdrukkingen. Ik heb weinig tijd voor je sprak betovergrootmoeder want ik ben druk, druk, druk, druk. Waar zijn de knoflookjes tegen die bloedzuigers? Ben je met de auto, dan kun je mijn wietplantjes gelijk even naar de coffeeshop brengen want ze moeten nodig geknipt worden. Nee, betoverdinges, sprak Roodkapje, ik ben komen lopen door het bos en de knoflookjes heb ik daar ook neergelegd om de weg te vinden.

Je bent een dom kind sprak betovergrootmoeder. Je lijkt verdomme wel op je moeder en je grootmoeder, ook zo’n rooie mutsen, euh, hadden ze. Die trapten ook overal in en konden dus ook niet koken. Tot ze werden opgevreten door een verklede wolf in een fucking grootmoederpyama met een slaapmuts op de kop. Die stomme wijven denken dat alles wat in een nest ligt met een muts op de kop en een beetje lief fluistert om te neuken is. Een van de jongens van een beveiligingsbedrijf moest die kutwolf nog afknallen en opensnijden om die stomme mutsen, je moeder en je grootmoeder, te redden, de stomme geiten. Die beveiliger hebben ze daarna maar waardeloos verklaard dus die teert hier nu ook weg.

Ja betovergrootmoeder was voor haar leeftijd best een beetje grof in de mond maar dat kwam natuurlijk door haar vele contacten op het internet en door haar minnaar natuurlijk want die was vroeger ondernemer geweest. Een ondernemer is iemand die iets onderneemt door andere mensen sprookjes te vertellen, uit te zuigen en te bestelen zodat ze op hun beurt weer door sprookjesfiguren kunnen worden uitgezogen en bestolen. Dus dan is het niet erg, dat onkiese woordgebruik van betovergrootmoeder en ze was al zo oud dat ze, gelukkig maar weer, toch spoedig afgelegd zou worden.

Nou betoverdinges, zei Roodkapje, dan ga ik weer eens. Ja, sodemieter maar op zei betovergrootmoeder want ik ben druk, druk, druk, druk, ik krijg zo een telefoontje van een vriendje van Hyves, die even wil telefoonfappen of zoiets, zal wel met afluisteren te maken hebben, dat hoor je steeds vaker. Nou, betoverdinges, zei Roodkapje, dan ga ik maar weer, doei! Na een uurtje stond ze weer buiten want het is nog een heel gedoe met vingerafdrukken en dat soort dingen vanwege de beveiliging. Er zou maar eens zo'n gek oud mens ontsnappen.

Tot haar grote schrik ontdekte Roodkapje dat alle knoflookjes die ze had neergelegd om de weg terug te vinden, door het Knoflookmonster waren opgevreten. Tenminste, dat bedacht Roodkapje ter plekke. Ze nog nooit een Knoflookmonster gezien of ervan gehoord, maar dat leek in de gegeven omstandigheden de enige mogelijkheid. Ook het geld dat ze op de heenreis op de planten en dieren had geplakt was verdwenen. Opgevreten door het Geldmonster bedacht Roodkapje en ze knikte, instemmend met haar briljante verklaring.

En Roodkapje verdwaalde, en ze verdwaalde, dat het een lieve lust was. Nou zijn Roodkapjes en Groenkapjes heel bedreven in verdwalen dus dat was niets bijzonders. Opeens kwam er een oudere mevrouw aan. Roodkapje kende haar, het was Roodmutsje. Die werd er altijd bij geroepen als er weer eens iemand verdwaald was en ze had er al heel wat gered volgens de sprookjes. Dus huppelde Roodkapje en Roodmutsje gezellig De Internationale zingend op weg naar huis. De Internationale is een feestlied dat alleen maar door Roodkapjes, Groenkapjes en Roodmutsjes gezongen mag worden als ze veel plezier hebben omdat ze een leuk sprookje hebben gehoord.

Maar het werd al donker en nu bleek opeens dat ze helemaal de weg kwijt waren, ze waren heel erg verdwaald. Nu zijn Roodkapjes en zo heel erg goed in verdwalen dus zo erg was het ook weer niet. Maar opeens kwam daar uit de struiken een heel enge Grote Boze Wolf aan. Nou, dacht Roodkapje verveeld, nu krijgen we natuurlijk eerst weer dat gedoe met die grote mond en die grote ogen. Maar de Grote Boze Wolf had kennelijk nog nooit van dat sprookje gehoord of had er geen zin an en zonder er verder nog een woord aan vuil te maken vrat hij Roodkapje en Roodmutsje op.

Er zit totaal geen smaak aan, dacht de Grote Boze Wolf ondertussen met een stokje een rood mutsje tussen zijn tanden uit peuterend terwijl hij verder slenterde, precies zoals bij al die anderen uit dat sprookjesdorp, die met al die rare groene en rode mutsen. En, dacht de Grote Boze Wolf en hij grijnsde, nu is het ook afgelopen met dat geschreeuw van die gekleurde mutsen dat ik er eentje ben van veel geschreeuw en weinig wol.

UPDATE: De avonturen van Roodkapje worden op dit moment in een estafettereactiereeks voortgezet op eKudos.

6 juli 2014

Sint en Piet zijn dood en dus nemen we de Kerstman


Wortelschoenvervanger
Maak er maar een eind aan. Laat Sinterklaas en Zwarte Piet nu maar verder met pensioen gaan. Vertel de kinderen dat ze dood zijn. Overreden. Niet uitgekeken bij het oversteken. Huil even wat van die krokodilledingen en beloof ze een hap bij de Mec als ze stil zijn.

Vertel ze dat boze mensen....
Lees verder

18 februari 2014

Leeftijdsgrens sekstherapeuten gewijzigd

De GGD moet stoppen met vragen over neuckqen aan 13-jarigen te stellen schrijft het AD. Het hele kippenhok is in rep en roer want waar halen ze nu in dingesnaam hun informatie weer vandaan. Ik hoor zo'n Geegeedeester al tegen haar mannie zeggen dat ze vandaag geen nieuw standje heeft geleerd omdat ze niks meer aan haar adviseurtjes mag vragen.

Meer adviseurs